Uit het dagboek van Burtons Angel Fiona (zaterdag 10 juli 2010)
Lief dagboek,
Een stoere jongen die ik ontmoet op een feestje, voert het hoogste woord. Over hoe fanatiek hij aan motoren en auto’s sleutelt. En hoe ontspannend dat is, in plaats van de hele dag achter de computer zitten, zoals hij op zijn werk moet. Ik luister zijn verhalen belangstellend aan en informeer naar zijn projecten. Als hij een opmerking maakt over ‘iedereen zijn hobby’ of zoiets dat bijna verontschuldigend klinkt, denk ik dat ik toch ook maar wat moet zeggen. ‘Ik herken het, hoor’, lach ik. Op zijn vragende blik zeg ik dat ik ook graag aan auto’s sleutel. Hij fronst licht en tuurt nog eens langs me heen, op zoek naar mijn auto. Ik denk dat hij denkt dat ik misschien op regenachtige dagen zelf de ruitenwisservloeistof bij vul. Hij moet even bijkomen als ik vertel dat ik samen met een vriendin een auto bouw. Maar dan ontsnapt er een langgerekt ‘cooooool’ uit zijn mond.
Lief dagboek,
De vrijdag is onze vaste sleuteldag. Dan mag de koningin langskomen, een meteoriet inslaan, een aardbeving een tsunami veroorzaken, de Mexicaanse griep of de Q koorts toeslaan, een nagel gescheurd zijn of het maandverband op zijn, maar die sleuteldag is heilig en wijkt voor niets en niemand. Alhoewel….
Eén keer heb ik toch verstek laten gaan. Voor een onweerstaanbaar aanbod. Met als door mijzelf geaccepteerde smoes: het is in het belang van het project. Ik zou het project tekort doen als ik NIET afwezig was in de werkplaats. Dagboek, je kent me door en door en je weet dat het iets heel groots moet zijn waarvoor ik de sleuteldag skipte. En dat klopt. Ik was namelijk, dankzij of ondanks mijn eeuwige grote mond, door Michael Bleekemolen persoonlijk uitgenodigd om een heel weekend met het team mee te lopen. Tijdens de finaleraces op Circuit Park Zandvoort nog wel.
Op vrijdag was het testdag en hadden de monteurs genoeg tijd om mij tot in detail de techniek van raceauto’s uit te leggen. Met voor elke auto een checklist worden de Clio’s, de Swifts, de BMW M3 en de diesel na elke actie gecontroleerd en gerepareerd. Motortje eruit, motortje er weer in, banden eraf, bouten en moeren check, banden er weer op. Rekensommen om te bepalen hoeveel liter brandstof er nodig is voor hoeveel ronden. Uitlijnen. Bandenspanning controleren. En natuurlijk poetsen…. Dat lijkt van ondergeschikt belang, maar dat is het niet: de sponsors zien graag hun stickers duidelijk en onbeschadigd voorbij scheuren, met al die camera’s erop gericht. En de sponsors zijn belangrijk, want autosport is een ietwat dure hobby. Met de ons inmiddels welbekende remreiniger worden strepen rubber van de auto verwijderd. Heel precies, want als je ermee over een sticker wrijft is de naam van de sponsor ineens veranderd in “Pi[.]e[.]l[.]” , om maar een gek voorbeeld te verzinnen. Als de strepen verwijderd zijn kan de rest – en met name de ramen –gereinigd worden met glassex of iets vergelijkbaars. De binnenkant van de wielen moet ook goed schoongemaakt worden: om de wielen uit te balanceren zijn op elk wiel strippen met gewichtjes bevestigd. Een dik stuk rubber dat is blijven plakken kan voor enorme trilling zorgen en dat willen we niet. Eh.. ZE.
Op zaterdag werd er gekwalificeerd voor de eerste race, die dezelfde dag verreden werd. Dan begin je iets te merken van de hectiek in de autosport. Tot diep in de nacht was er gesleuteld en ’s morgens vroeg staan de monteurs alweer paraat. Een aantal van hen slaapt in de vrachtwagens en verlaat het circuit dus het hele weekend niet. Ik wel, ik logeerde natuurlijk bij mams in de flat, op een kwartiertje lopen vanaf het circuit. Maar het was vrij moeilijk afscheid nemen elke keer, de geruchten dat Team Bleekemolen één grote familie is (en dan heb ik het niet alleen over vader Michael, zoon Sebastiaan en zoon Jeroen) blijken op waarheid te berusten. Er wordt samen gewerkt, gegeten, gedronken, overlegd, gestresst, gewerkt en nog meer gewerkt. En ik, Angel met calimero-ervaring, mocht overal bij zijn. Ik mocht zelfs eigenhandig de bouten en moeren check en de bandenwissel van de Clio van Ruud Steenmetz doen. En ingesnoerd en wel in de auto zitten van zijn vader René, kampioen Clio Olympia Cup. Monteur Raymond maakte foto’s en legde me alles uit over het schakelsysteem in zo’n race-Clio, welke druk de coureur zelf kan veranderen, hoe je zo’n auto start (dacht jij ook dat het een gewone auto was maar dan met wat stickers erop? Dan had je het net als ik helemaal mis…) en waarom de voorwielen vooraan naar binnen gericht staan. Vlak voor de kwalificatie is er stress onder zowel monteurs als coureurs: het heeft geregend en hoewel het aan het opklaren is, is het circuit nog drijfnat. Op de schermen in ‘motorhome’ Pit Lane wijzen de monteurs elkaar erop welke delen van de baan nog spray vertonen wanneer de formule Fordjes erover scheuren. Tot op de laatste minuut is twijfelachtig of er regenbanden of slicks gebruikt gaan worden. Uiteindelijk is titelkandidaat Melvin de Groot degene die roept om regenbanden. Al op de opstelling worden alsnog alle banden vervangen door regenbanden. Het is wederom Melvin die tijdens de laatste minuten van de kwalificatie roept dat hij op slicks nog een poging wil doen de snelste ronde neer te zetten. Dat lukt hem als enige, de overige coureurs zijn te laat met de bandenwissel. Dit levert hem een extra kampioenschapspunt op, die hij hard nodig heeft om de achterstand op Sandra van der Sloot te beperken.
Dagboek, je hebt geen idee hoe geweldig het is om een keer niet in de duinen tegenover de uitgang van de pitstraat te zitten met een tas vol eten en drinken en een zakflaconnetje whisky tegen de kou. Om een keer in de pitstraat zélf te staan, met je neus bovenop de actie. Te zien hoe er gerend en gevlogen wordt, met bandendrukmeters, krikken, wielmoersleutels, blazers om de rotzooi uit de grindbak onder de auto’s vandaan te blazen, stopwatches, checklists. Achterom de pitbox in te kijken waar de GT4 auto’s al klaar staan, de rondetijden en overige delen van het circuit op schermen gevolgd kunnen worden, de auto’s in Bos Uit te zien draaien in hun laatste bocht naar het rechte stuk, de pitbox weer uit te rennen om ze met eigen ogen de Tarzan Bocht in te zien draaien of juist uit te zien vliegen…. Of om kennis te maken met de enige dame in het team, Laura Katsma, die al bij binnenkomst voor mij een heldin was omdat ze – geheel in overeenstemming met het doel van onze stichting – zeer schaars gekleed met een collega coureuse geposeerd heeft voor Panorama en haar verhaal vertelt om te laten zien dat je geen vent of manwijf hoeft te zijn om zoiets stoers te doen als autoracen. En op een video te zien hoe de jongste over all coureur van zowel dit jaar als vorig jaar, Niels Kool (16) tijdens een training met zijn Swift over de kop sloeg en er heelhuids uit kwam. De “opper-monteurs” Jan en Jan te zien sleutelen en instructies te horen geven, laat in de avond nog te beslissen dat er twee motoren gewisseld gaan worden om Melvin meer kans op een overwinning te geven. En natuurlijk staand achterop de bandenkarren van paddock naar pitstraat en weer terug te scheuren.
Op zondag waren dan tenslotte de allerlaatste races. Melvin werd mooi vierde, maar de titel ging (geheel in stijl en dus niet getreurd) voor het eerst naar een vrouw: Sandra van der Sloot van het Landmachtteam. Sebastiaan en Tim reden samen de derde en laatste GT4 race. Patrick en Fiona waren er zondag ook: we waren uitgenodigd door Dries van der Vossen, directeur van Bilderberg Hotels, om vanuit de VIP box mee te maken hoe het Porsche Team met coureurs Paul van Splunteren en Bas Schothorst het deed tijdens de GT4 race, inclusief gridwalk. Na afloop van de races mocht ik bij Michael achterop de squad van het circuit naar de paddock terug scheuren, om het seizoen af te sluiten met een borrel én de huldiging van de coureurs en monteurs. Ik kon helaas niet blijven om het feest traditioneel voort te zetten in Chin Chin, moest nog twee uur rijden naar huis met honden en kinderen. En hoe cynisch dat ik, bij mijn auto aangekomen, moest constateren dat deze onmogelijk aan de praat te krijgen was, de wegenwacht erbij moest komen om de bobine te vervangen…. Deze leerlingmonteuse heeft nog heel wat te leren!
Angel Karen was het hele weekend te gast bij Team Bleekemolen en op zondag vertoefden beide Angels in de VIP box van het Porsche GT4 team van Bilderberg. Een uitgebreid verslag is hier binnenkort natuurlijk te lezen!
Uit het dagboek van Burtons Angel Karen (maandag 13 juli 2009)
Lief dagboek. Je weet dat ik je altijd alles eerlijk vertel. Maar wat ik dit weekend heb meegemaakt laat zich met geen pen beschrijven…
Je kunt je onmogelijk voorstellen hoe het voelt om iets dierbaars stuk te maken en daar nog blij van te worden ook! Je kent mijn lieve vriendin Dyane. Ik heb je al vaak over haar verteld. Ja precies, die rooie. Ik hield van haar, ik was aan haar gehecht. Maar zaterdag moest ze eraan geloven. Ik heb haar letterlijk een kopje kleiner gemaakt. Stukje bij beetje heb ik haar samen met mijn ondeugende vriendin Fiona vakkundig uit elkaar gescheurd. En ik ben zelden zo gelukkig geweest…. Nu Dyane er niet meer is zou ik me eenzaam en leeg moeten voelen. Maar niets is minder waar. Want nu zij uit de weg geruimd is, ben ik iets nieuws aan het opbouwen. Er bloeit iets moois op tussen mij en Zwaantje. Haar ken je nog niet, maar ik zal je binnenkort aan haar voorstellen. Op dit moment ondergaat ze een metamorfose. Ze wordt prachtig, van binnen en van buiten. Precies waar ik op val: stoer, elegant, sportief. Erg sexy! Ik weet zeker dat ik het met haar heel goed ga hebben. Lief dagboek, neem van mij aan dat het niet eenvoudig was. Maar ik weet dat ik de juiste keuze heb gemaakt.
Uit het dagboek van Burtons Angel Fiona (woensdag 8 juli 2009)
Nu aanstaande zaterdag de demontage daadwerkelijk gaat beginnen, zoek ik op een rustige avond de bouwhandleiding op www.burtoncar.com. We maken er wel grappen over dat we echte leken zijn, maar omdat dit absoluut niet gelogen is, vind ik het toch wel tijd worden voor enige voorbereiding. De inleiding en het hoofdstuk over de aanschaf van de donorauto, kan ik al overslaan. Zo ver zijn we al. Maar dan kom ik bij het hoofdstuk over de demontage. In vogelvlucht staat geschreven wat we eerst ‘even’ moeten doen, voor het echte werk begint. Oh My God, denk ik verschrikt als ik deze ‘simpele start’ lees: “Laat olie uit het carter lopen en remvloeistof uit het reservoir, verwijder ook de versnellingsbakolie. Breng de vloeistof naar een daarvoor bestemde plek in uw gemeente. Remolie kunt u moeilijk laten weglopen, in principe moet u dit “wegpompen” door de schroefnippels op de remtrommels (achter) en de remklauwen te openen en vervolgens de rempedaal herhaaldelijk in te trappen. Zorg dat de schroefnippels niet kapot gaan en gebruik flink wat kruipolie.”
De volgende morgen op kantoor roept de enige man in het gezelschap stoer hoe simpel dat allemaal is. Tuurlijk! We gaan dit gewoon ff doen. Ik zucht een keer diep en bespreek vervolgens met mijn medewerkster hoe lastig het is om teennagels te lakken en welke schoenen ik onder mijn overall zal aantrekken zaterdag…










Van onze bezoekers